Vlooien zien is verrassend moeilijk. Ze zijn klein, ze bewegen snel en ze verstoppen zich in de vacht op plekken waar je niet als eerste kijkt. Veel mensen ontdekken een besmetting daarom pas als hun hond al een tijd krabt, of als ze er zelf een tegenkomen.
Een vlooienkam maakt dat een stuk makkelijker. In deze blog lees je hoe je zo'n kam gebruikt, hoe de vlooienpoeptest werkt, waar je precies moet zoeken en wat je doet als je iets vindt.
Wat een vlooienkam anders maakt
Een vlooienkam is geen verzorgingskam maar een opsporingsinstrument. Het verschil zit in de tanden: die staan extreem dicht op elkaar, veel dichter dan bij een gewone kam. Daardoor glijdt hij niet langs kleine deeltjes heen maar neemt hij ze mee.
Precies dat maakt hem geschikt om vlooien, vlooienpoep en huidschilfers uit de vacht te halen. Voor het onderhoud van de vacht zelf is hij niet bedoeld; daarvoor gebruik je een gewone borstel of kam.
Waar je moet zoeken
Vlooien zitten niet willekeurig verspreid. Ze houden zich op waar het warm is en waar de huid dun is, en waar een hond er zelf slecht bij kan. Loop deze plekken na:
- De staartbasis: de plek waar je het vaakst iets vindt. Begin hier.
- De lies en de binnenkant van de achterpoten: warm, dun en beschut.
- De buik: vooral bij honden met een dunne vacht daar.
- Achter de oren en de hals: ook een klassieke plek.
- De oksels: warm en moeilijk bereikbaar voor de hond zelf.
Zo gebruik je de kam
Zet je hond op een plek waar je goed licht hebt en leg een vochtig, wit stukje keukenpapier of een witte doek binnen handbereik. Kam met korte halen door de vacht tot op de huid, en bekijk na elke haal wat er in de tanden achterblijft.
Veeg wat je vindt af aan het vochtige witte papier. Dat is belangrijk, want juist op wit en vochtig zie je het verschil tussen gewoon vuil en vlooienpoep. Werk systematisch de plekken uit het lijstje hierboven af en niet alleen de rug.
Doe dit rustig en kort. Een vlooienkam gaat vlak over de huid en dat voelt bij een dichte vacht anders dan een gewone borstel, dus bouw het op als je hond het niet gewend is.
De vlooienpoeptest
Dit is de handigste truc die er is, want vlooien zelf zie je vaak niet maar hun uitwerpselen wel. Vlooienpoep ziet uit als kleine zwarte of donkerbruine korreltjes, iets als gemalen peper.
Het verschil met gewoon vuil maak je zo: veeg de korreltjes op een vochtig wit papiertje en wacht even. Vlooienpoep bestaat voor een groot deel uit opgedroogd bloed, dus die lost op en geeft een roodbruine of rossige vlek. Gewoon zand of vuil blijft gewoon zwart of grijs en verkleurt niet.
Vind je die roodbruine vlekjes, dan weet je genoeg: er zijn vlooien, ook als je er geen enkele hebt gezien.
Hoe vaak controleer je?
Een keer per maand door de vacht kammen is voor de meeste honden voldoende, en in het vlooienseizoen wat vaker. Vlooien zijn actief bij warmte, dus in de zomer en het najaar zie je de meeste besmettingen, maar door de centrale verwarming kunnen ze zich het hele jaar door handhaven.
Controleer daarnaast altijd als je hond meer gaat krabben dan normaal, als hij zich vaak bijt of likt op één plek, of na een periode in een omgeving met veel andere honden. En let ook op de omgeving: vlooien leggen hun eitjes niet op de hond maar in zijn slaapplek en in tapijten.
Je hebt iets gevonden: wat nu?
Dan is behandelen nodig, en dat is iets anders dan opsporen. Op onze pagina over vlooien- en tekenbestrijding vind je waar je op moet letten bij de aanpak. Twee dingen zijn daarbij belangrijk om te weten.
Ten eerste: de vlooien op je hond zijn maar een klein deel van het probleem. Het grootste deel van een besmetting zit als eitjes en larven in de omgeving, dus in de mand, de bank en het tapijt. Alleen de hond behandelen is daarom zelden genoeg.
Ten tweede: gebruik middelen die voor honden zijn bedoeld en in de juiste dosering voor het gewicht van je hond. Middelen voor katten of voor mensen zijn niet uitwisselbaar. Twijfel je wat past bij jouw hond, of gaat het om een pup, een drachtige hond of een hond met gezondheidsklachten, overleg dat dan met je dierenarts.
En teken?
Een vlooienkam is niet het gereedschap voor teken. Een teek zit vast in de huid en die haal je er niet met een kam uit; daarvoor gebruik je een tekentang of tekenhaak, waarmee je hem er in één rustige beweging uittrekt.
Wel is die wekelijkse controle een goed moment om ook op teken te voelen. Ga na een wandeling door bos of hoog gras met je handen over je hond, met extra aandacht voor de kop, de oren, de hals en tussen de tenen. Twijfel je of je een teek goed en volledig hebt verwijderd, laat het dan nakijken.