Labrador, Duitse Herder, Border Collie, Berner Sennenhond, Husky: heel verschillende honden, maar met dezelfde vacht. Ze hebben allemaal een dekvacht met daaronder een dichte, zachte ondervacht. Die ondervacht is een prima isolatielaag, tegen kou én tegen hitte, maar hij zorgt ook voor de bekende hoeveelheden haar door je huis.
In deze blog lees je hoe een dubbele vacht werkt, wat je gedurende het jaar doet, hoe je de ruiperiode aanpakt en waarom scheren bij dit vachttype geen goed idee is.
Hoe een dubbele vacht werkt
Een dubbele vacht bestaat uit twee lagen met elk hun eigen taak. De dekvacht is de bovenste laag: langere, stevigere haren die vuil en vocht buitenhouden. Daaronder zit de ondervacht: korte, zachte, dichte haren die de warmte vasthouden.
Belangrijk om te weten is dat de dekvacht kort kan zijn, zoals bij een labrador, of lang, zoals bij een berner sennenhond. Beide zijn dubbele vachten en beide vragen dezelfde aanpak. Het gaat dus niet om de lengte van het haar maar om de aanwezigheid van die tweede laag.
Twee keer per jaar gaat de ondervacht eruit
Dubbelevachthonden hebben twee duidelijke ruipieken: in het voorjaar wisselen ze hun wintervacht voor een lichtere zomervacht, en in het najaar gebeurt het omgekeerde. In die periodes laat de ondervacht in plukken los, en dat merk je aan alles in huis.
Buiten die pieken verliezen ze het hele jaar door wat dekharen, maar dat valt in het niet bij de rui. De verzorging valt dus uiteen in twee ritmes: een rustig onderhoudsritme, en een intensief ritme tijdens de rui.
Het jaarrond ritme
Buiten de ruiperiode is één keer per week borstelen voor de meeste dubbelevachthonden voldoende. Werk de dekvacht door en haal het losse haar eruit. Bij een lange dekvacht, zoals bij een sennenhond of een collie, loop je daarnaast de klitgevoelige plekken na: de broek, achter de oren en rond de staart.
Ook hier geldt dat je het buiten de rui niet moet overdrijven. Fanatiek de ondervacht bewerken terwijl die niet loslaat, heeft geen zin en kan de vacht beschadigen.
En dan de rui
Tijdens de twee ruipieken schakel je een tandje bij:
- Borstel dagelijks of om de dag: er komt zoveel los dat je het anders niet bijhoudt.
- Doe het buiten: of op een plek die je makkelijk schoonmaakt, want er komt meer haar uit dan je verwacht.
- Werk in lagen: til bij een lange dekvacht het haar op zodat je bij de ondervacht kunt.
- Overweeg een ontwolbeurt bij de trimmer: wassen, blazen en uitkammen haalt in één keer heel veel losse ondervacht weg. Veel mensen doen dit twee tot vier keer per jaar.
Ontwolgereedschap: alleen tijdens de rui
Er bestaan speciale ontwolharken en ondervachtkammen die de losse ondervacht eruit halen. Die werken goed, maar er zit een belangrijke voorwaarde aan: gebruik ze alleen als er daadwerkelijk losse ondervacht is, dus in de ruiperiode.
Zet je zo'n hark buiten de rui wekelijks in, dan haal je ondervacht weg die nog functie heeft en kun je de vacht beschadigen. Zie het als seizoensgereedschap en niet als je standaard borstel. Voor het wekelijkse onderhoud pak je gewoon een borstel die de dekvacht doorwerkt.
Waarom je een dubbele vacht niet zomaar scheert
Bij warm weer lijkt het logisch om je hond kaal te laten scheren, maar bij een dubbele vacht is dat meestal geen goed idee. Die vacht isoleert namelijk twee kanten op: hij houdt warmte binnen in de winter, maar houdt hitte ook buiten in de zomer. Scheer je hem weg, dan haal je die isolatie weg en komt de huid bovendien onbeschermd in de zon te liggen.
Daar komt bij dat de vachtstructuur na scheren blijvend kan veranderen: de ondervacht groeit vaak sneller terug dan de dekvacht, waardoor de vacht dichter, zachter en lastiger te onderhouden wordt. Wil je je hond koeler houden, haal dan juist de losse ondervacht eruit, want een goed uitgekamde vacht ventileert beter. Overweeg je toch te scheren, bijvoorbeeld om medische redenen, overleg dat dan eerst met een trimmer of je dierenarts.