Hoe borstel je je hond? De complete routine

hond borstelen en kammen

Borstelen lijkt iets wat je gewoon doet, en toch gaat er vaak iets mis. Mensen borstelen te hard, komen niet verder dan de bovenkant van de vacht, of beginnen bij de plekken die hun hond juist niet fijn vindt. Het resultaat is een hond die het steeds minder leuk gaat vinden en een vacht die eronder toch klit.

In deze blog krijg je de volledige routine: hoe je het voorbereidt, hoe je de borstel vasthoudt, in welke volgorde je het lichaam afwerkt en wat je doet als je hond zich verzet. Welk gereedschap bij jouw hond past, hangt af van zijn vachttype; dat lees je in onze blogs per vachttype.

Voorbereiding: dit scheelt de helft

Een goede sessie begint voordat je de borstel oppakt:

  • Kies een vast moment: bij voorkeur als je hond al wat rustiger is, bijvoorbeeld na een wandeling. Een opgefokte hond borstelen werkt zelden.
  • Kies een vaste plek: waar jij er comfortabel bij kunt en je hond stevig staat of ligt. Een gladde vloer maakt hem onzeker.
  • Leg alles klaar: borstel, kam en eventueel wat lekkers. Halverwege opstaan om iets te halen breekt de rust.
  • Voel eerst met je handen: ga met je vingers door de vacht en zoek de knoopjes op. Dan weet je waar je straks voorzichtig moet zijn.

De greep en de druk

Houd de borstel losjes vast, met je hand ontspannen. Werk met je vingers en je hand mee in plaats van met je hele arm, dan doseer je de druk automatisch beter.

Over de druk bestaat het grootste misverstand: je borstelt de vacht, niet de huid. Je hoeft niet door te drukken om de vacht schoon te krijgen. Een goede vuistregel is dat je de borstel over je eigen onderarm moet kunnen halen zonder dat het onprettig is. Trekt je hond tijdens het borstelen weg of draait hij zijn kop naar je toe, dan druk je te hard of is de borstel te scherp.

Werk met de haarrichting mee, van de kop naar de staart. Alleen als je gericht losse ondervacht uitkamt tijdens de rui, mag je tegen de haren in werken.

De volgorde over het lichaam

Begin bij de plekken die je hond het minst erg vindt en eindig bij de gevoelige. Zo blijft de sessie tot het einde prettig. Deze volgorde werkt voor vrijwel elke hond:

1. Hals en schouders

Bijna elke hond vindt het fijn om hier geaaid te worden, dus dit is een goed startpunt. Let onder de halsband op: daar wrijft het materiaal en ontstaan de eerste knoopjes.

2. Rug en flanken

Het makkelijkste deel, met de meeste vacht en de minst gevoelige huid. Werk in banen van voor naar achter en neem de tijd.

3. Broek en staart

De achterkant van de achterpoten en de staart klitten snel omdat het haar er langer is en meebeweegt. Ondersteun de staart met je hand en kam hem voorzichtig door in plaats van te trekken.

4. Poten en voeten

Veel honden zijn hier erg kietelgevoeldig. Til de poot niet hoger dan comfortabel is en werk kort. Let op de plek achter de voetzooltjes en tussen de tenen, waar zich vuil en klitten verzamelen.

5. Buik en oksels

De huid is hier dunner en de oksels zijn een klassieke klitplek. Werk zacht en snel; forceer nooit als je hond het niet wil. Bij veel honden gaat dit het makkelijkst als ze op hun zij liggen.

6. Kop en oren

Bewaar dit voor het laatst. Gebruik hier een zachte borstel of alleen een kam, en werk met kleine bewegingen. Achter de oren zit bijna altijd een knoopje; dat is een van de snelst klittende plekken van het hele lichaam.

Loop na met een kam

Als je klaar denkt te zijn, pak dan een kam en loop de vacht na. Dat is je controle: kun je zonder haperen tot aan de huid komen, dan is de vacht echt door. Blijft de kam ergens steken, dan zit daar nog een knoop die je met de borstel hebt overgeslagen.

Vergeet daarbij de plekken niet die je niet ziet: onder de oksels, tussen de achterpoten en achter de oren. Juist daar begint het vervilten, en juist daar kijk je het minst.

Wat je beter niet doet

  • Te hard drukken: je irriteert de huid en je hond gaat borstelen associëren met iets onprettigs.
  • Alleen over de bovenkant borstelen: bij een lange of krullende vacht ziet het er dan mooi uit terwijl het eronder vervilt. Til het haar op en werk in lagen.
  • Tegen de haren in werken: behalve als je gericht ondervacht uitkamt tijdens de rui.
  • Te lang doorgaan: stop terwijl het nog goed gaat. Een paar minuten per keer, vaker per week, werkt beter dan een halfuur worstelen.
  • Met kracht door een klit gaan: dat doet pijn. Werk een knoop uit van de punt naar de aanzet toe.
  • Borstelen als straf of correctie gebruiken: dan wordt het voorgoed iets negatiefs.

Als je hond het niet fijn vindt

Verzet komt bijna altijd door een van drie dingen: het doet ergens pijn, je hond weet niet wat er gaat gebeuren, of de sessie duurt te lang. Loop die drie langs. Controleer of er geen knoop of gevoelige plek zit waar je aan trekt, houd de sessie kort, en maak er iets positiefs van door tussendoor te belonen.

Bouw het rustig op als je hond het echt lastig vindt. Begin met een paar seconden op een plek die hij wel fijn vindt, beloon, en stop terwijl het nog goed gaat. De volgende keer doe je iets meer. Voor een hond die nog nooit is geborsteld, is het handiger om eerst te wennen aan aangeraakt worden voordat er gereedschap bij komt. Op de pagina met hondenverzorging vind je hier meer over.

Veelgestelde vragen
Waar begin ik met borstelen?
Bij de hals en schouders, want dat vinden de meeste honden fijn. Werk daarna de rug en flanken af, dan de broek en staart, de poten, de buik en oksels, en bewaar de kop en oren voor het laatst.
Hoe hard mag ik drukken tijdens het borstelen?
Licht. Je borstelt de vacht en niet de huid. Een vuistregel: je moet de borstel over je eigen onderarm kunnen halen zonder dat het onprettig is. Trekt je hond weg, dan druk je te hard of is de borstel te scherp.
Moet ik met of tegen de haren in borstelen?
Met de haarrichting mee, van de kop naar de staart. Alleen tijdens de rui, als je gericht losse ondervacht uitkamt, mag je tegen de haren in werken.
Hoe weet ik of ik de vacht echt goed heb doorgewerkt?
Loop na met een kam. Komt die zonder haperen tot aan de huid, dan ben je klaar. Blijft hij ergens steken, dan zit daar nog een knoop. Controleer vooral de plekken die je niet ziet: oksels, tussen de achterpoten en achter de oren.
Mijn hond verzet zich tegen borstelen. Wat nu?
Loop drie dingen na: doet het ergens pijn, weet je hond niet wat er komt, of duurt de sessie te lang? Houd het kort, beloon tussendoor en bouw rustig op. Begin op een plek die hij wel fijn vindt en stop terwijl het nog goed gaat.
← Terug naar Alles over Honden