Op deze vraag krijg je overal een ander antwoord, en dat komt doordat er geen algemeen getal bestaat. Wat jouw hond nodig heeft, hangt af van zijn vachttype, van het seizoen en van zijn leeftijd. Twee honden van dezelfde grootte kunnen een totaal verschillend ritme nodig hebben.
In deze blog krijg je de frequentie per vachttype met de reden erachter, de factoren die dat ritme veranderen, en de signalen waaraan je merkt dat je te weinig of juist te veel borstelt.
Waarom de frequentie zo verschilt
Het verschil zit in wat er met de losse haren gebeurt. Bij een korte vacht vallen die haren er gewoon uit; borstelen versnelt dat alleen. Bij een lange of krullende vacht blijven ze juist tussen de vacht hangen, en daar ontstaan klitten. Bij een dubbele vacht komt er twee keer per jaar een enorme hoeveelheid ondervacht bij.
Dat verklaart de logica: hoe meer haar er in de vacht achterblijft, hoe vaker je moet werken. Een korte vacht borstel je om je huis schoon te houden, een lange vacht borstel je om klitten te voorkomen. Dat zijn twee verschillende doelen met een verschillend ritme.
De frequentie per vachttype
Korte enkele vacht
Ongeveer een keer per week, en dagelijks tijdens de rui. Buiten de rui is vaker niet beter, want dan trek je haren los die nog vastzaten.
Dubbele vacht
Een keer per week het jaar door, en dagelijks tot om de dag tijdens de twee ruipieken in voor- en najaar. In die weken komt de ondervacht in plukken los.
Lange sluike vacht
Dagelijks is ideaal, een paar keer per week is het minimum. Sla je een week over, dan is de tijd die je kwijt bent niet twee keer zo lang maar vaak vijf keer zo lang.
Krul- en wolvacht
Dagelijks tot om de dag. Dit is de meest onderhoudsgevoelige vacht, omdat het haar doorgroeit en losse haren in de krullen blijven hangen. Daarnaast hoort er een trimbeurt bij elke zes tot tien weken.
Ruwharige vacht
Wekelijks borstelen is voldoende, met periodiek plukken bij de trimmer. De stugge bovenlaag klit minder snel dan een sluike of krullende vacht.
Hoe lang duurt een sessie?
Over de duur wordt zelden iets gezegd, maar die is minstens zo belangrijk als de frequentie. Voor een korte vacht ben je met een paar minuten klaar. Bij een lange of krullende vacht die je goed bijhoudt, kost een sessie vijf tot tien minuten. Loopt het op tot een halfuur worstelen, dan is dat een teken dat je te lang hebt gewacht.
Kort en vaak is bij elk vachttype beter dan lang en zelden. Niet alleen voor de vacht, maar ook omdat je hond het dan volhoudt. Een sessie van vijf minuten die prettig verloopt is meer waard dan een halfuur waarin hij zich verzet.
Wat de frequentie verandert
Het ritme uit het overzicht hierboven is een basis. Deze factoren kunnen het opschuiven:
- De ruiperiode: in voor- en najaar gaat het bij honden met een ondervacht flink omhoog, soms naar dagelijks.
- De leeftijd: bij een pup borstel je vooral vaak en heel kort om hem te laten wennen, niet om resultaat. Bij een oudere hond werk je zachter en korter, en let je extra op de plekken waar hij op ligt.
- Na een castratie of sterilisatie: bij veel honden wordt de vacht dan voller en zachter, waardoor hij sneller klit en je vaker moet kammen dan je gewend was.
- Zwemmen en natte wandelingen: een vacht die nat opdroogt zonder doorgekamd te worden, klit veel sneller. Kam dus na elke natte partij.
- Wat je hond aanheeft: een halsband of tuig wrijft, en daar ontstaan knoopjes. Loop die plekken vaker na.
- Het jaargetijde: in de winter komt je hond vaker nat binnen, in de zomer zitten er zand en zout in de vacht.
Signalen dat je te weinig borstelt
- Je vindt knoopjes: vooral achter de oren, in de oksels, achter de poten en rond de staart. Dat zijn de eerste plekken die het laten weten.
- Er ligt veel haar in huis: als je hond meer haar in je bank achterlaat dan in je borstel, haal je het er te weinig uit.
- De kam blijft steken: loop de vacht eens na met een kam. Kom je niet tot aan de huid, dan is er werk te doen.
- De trimmer zegt dat de vacht vervilt is: terwijl hij er van boven prima uitzag. Dan borstel je alleen de bovenlaag.
Signalen dat je te veel borstelt
Dit wordt bijna nooit benoemd, maar het bestaat wel degelijk:
- Er komt vrijwel geen haar meer in de borstel: en toch blijf je bezig. Dan trek je haren los die nog niet los zaten.
- De huid wordt rood of geïrriteerd: je drukt te hard of het gereedschap is te scherp. Stop en kijk naar de borstel.
- Je hond trekt weg of gaat weg lopen: hij geeft aan dat het onprettig wordt. Kort het af.
- Je hond gaat meer verharen in plaats van minder: bij een korte vacht kan te vaak borstelen de haargroei verstoren, waardoor het lichaam extra nieuwe haren aanmaakt.
Zo maak je een ritme dat je volhoudt
De beste frequentie is uiteindelijk die je daadwerkelijk haalt. Koppel het borstelen daarom aan een vast moment in je dag of week, bijvoorbeeld na de avondwandeling of op zondagochtend. Leg de borstel op een plek waar je hem ziet in plaats van in een lade.
Heb je een lange of krullende vacht, dan werkt een korte dagelijkse ronde beter dan één grote beurt per week. Twee minuten door de klitgevoelige plekken is vaak genoeg om te voorkomen dat er iets ontstaat, en dat is een stuk makkelijker vol te houden dan een uitgebreide sessie.