Hoe voorkom je dat je hond ervandoor gaat?

Je roept, en er gebeurt niets. Je hond is met zijn neus in een spoor verdwenen of achter iets aan gerend, en je staat er machteloos bij. Voor veel mensen is dat het naarste moment dat ze met hun hond meemaken.

Zekerheid bouw je op in drie lagen, en ze vullen elkaar aan: training zodat hij terugkomt, materiaal zodat hij niet zomaar weg kan, en identificatie zodat hij te vinden is als het toch gebeurt. In deze blog lopen we alle drie langs, en lees je ook wat je doet op het moment dat je hond echt weg is.

Waarom honden ervandoor gaan

Het helpt om te weten wat er bij jouw hond speelt, want dat bepaalt welke laag de meeste aandacht nodig heeft:

  • Een sterke neus of jachtdrift: sommige honden gaan volledig op in een spoor en horen je dan simpelweg niet meer. Speur- en jachtrassen zijn hier gevoeliger voor.
  • Schrik of angst: onweer, vuurwerk of een harde knal kan een hond in blinde paniek laten wegrennen, ook een hond die normaal netjes bij je blijft.
  • Iets interessants in de verte: een ander dier, een fietser of een rennend kind zet de achtervolging in werking voordat je hond nadenkt.
  • Ontsnappen uit tuin of huis: een kier in de schutting, een open poort, of een hond die zich verveelt en zelf op onderzoek gaat.
  • Een terugkomcommando dat nog niet betrouwbaar is: veel honden komen prima terug als er niets spannends is, maar juist niet op het moment dat het telt.

Laag 1: werk aan het terugkomen

Dit is de belangrijkste laag, want geen enkel hulpmiddel vervangt een hond die daadwerkelijk terugkomt. De kern is dat terugkomen altijd de leukste optie moet zijn. Roep met een vriendelijke stem, beloon royaal als hij komt, en wissel af met iets extra lekkers of zijn favoriete speeltje zodat het onvoorspelbaar en dus interessant blijft.

Het belangrijkste om te vermijden: word nooit boos op het moment dat je hond bij je komt, ook niet als je hem tien minuten hebt staan roepen. Doe je dat, dan leert hij dat terugkomen ongunstig uitpakt, en de volgende keer aarzelt hij langer. Oefen daarnaast niet alleen in de tuin maar ook op plekken met afleiding, want daar moet het uiteindelijk werken.

Laag 2: materiaal dat je zekerheid geeft

Zolang het terugkomen nog niet betrouwbaar is, kun je met de juiste lijn veel voorkomen. Dat is geen nederlaag maar gewoon verstandig:

  • Een lange lijn: geeft je hond veel snuffelruimte terwijl hij toch niet weg kan. Ideaal voor de fase waarin je aan het terugkomen werkt.
  • Een trainingslijn: specifiek bedoeld om het hierkomen en netjes lopen gecontroleerd te oefenen.
  • Een goed passende halsband of tuigcontroleer dat je hond zich er niet uit kan wringen als hij schrikt en achteruit deinst. Bij een schrikkerige hond geeft een tuig vaak meer zekerheid dan een halsband.
  • Een veilige tuin: loop de omheining na op kieren, losse planken en plekken waar hij onderdoor kan graven.

Laag 3: zorg dat hij te vinden is

Deze laag gaat niet over voorkomen maar over de gevolgen beperken. Er zijn drie manieren waarop je hond bij je terug kan komen, en ze doen elk iets anders.

De chip is de basis en is in Nederland wettelijk verplicht. Daarmee kan een gevonden hond altijd aan jou worden gekoppeld, maar het geeft geen locatie: er moet iemand zijn die je hond vindt en laat scannen. Zorg dus vooral dat je registratiegegevens actueel zijn, want een chip met een oud telefoonnummer helpt niemand.

Een naamplaatje of een halsband met je naam en telefoonnummer erop werkt sneller. Wie je hond vindt kan je direct bellen, zonder scanner en zonder tussenpersoon. Simpel, en verrassend effectief.

Een GPS-tracker doet iets wat de andere twee niet kunnen: hij laat je zien waar je hond nu is. Dat voorkomt niet dat hij ervandoor gaat, maar het scheelt je het urenlange zoeken. Vooral bij honden met een sterke jachtdrift of een neus die het overneemt geeft dat rust. Op de pagina's over gepersonaliseerde halsbanden en GPS-halsbanden lees je meer over de mogelijkheden.

Wat doe je als je hond weg is?

Mocht het toch gebeuren, dan helpt het om te weten wat werkt. Ren je hond niet achterna en schreeuw niet: veel honden gaan dan juist harder rennen omdat het op een achtervolging lijkt. Blijf in plaats daarvan op de plek waar je hem het laatst zag, hurk of ga zelfs zitten, en roep vriendelijk en opgewekt. Een hond die de aansluiting kwijt is komt vaak terug naar de plek waar hij jou het laatst zag.

Komt hij niet snel terug, dan gaat het om snel handelen. Meld je hond als vermist in het register waar hij geregistreerd staat, bel de dierenambulance en het asiel in de regio, en plaats een bericht met een duidelijke foto in lokale groepen. Vraag omwonenden hun tuin en schuur te controleren. Blijf ook de plek waar hij verdween regelmatig langsgaan, want veel honden komen daar op eigen initiatief terug.

Veelgestelde vragen

Waarom komt mijn hond niet terug als ik roep?

Meestal omdat terugkomen op dat moment minder aantrekkelijk is dan wat hij aan het doen is, of omdat hij je in een spoor letterlijk niet meer registreert. Maak terugkomen consequent de leukste optie en oefen ook op plekken met afleiding, niet alleen thuis.

Heeft mijn hond een GPS-tracker nodig?

Nodig is het niet. Het is vooral waardevol bij honden met een sterke jachtdrift of speurneus, bij schrikkerige honden, en als je vaak op grote open terreinen loopt. Een tracker voorkomt niets, hij laat je zien waar je hond is.

Is een naamplaatje nog nuttig als mijn hond gechipt is?

Ja, want ze doen iets anders. Met een chip kan een gevonden hond aan jou worden gekoppeld, maar daar is een scanner voor nodig. Met je telefoonnummer op de halsband kan een vinder je direct bellen.

Wat doe ik als ik mijn hond kwijt ben?

Blijf op de plek waar je hem het laatst zag, hurk en roep vriendelijk in plaats van hem achterna te rennen. Meld hem daarna als vermist in het register, bel de dierenambulance en het asiel in de regio, en plaats een bericht met foto in lokale groepen.

 

← Terug naar Alles over Honden