Vind je ineens een klein tandje op de grond of een bloedspoortje op een speeltje? Dan is je puppy waarschijnlijk aan het wisselen van gebit. De tandwisseling begint rond 3 tot 4 maanden en is meestal rond 6 tot 7 maanden klaar. In die tijd vallen de 28 melktandjes uit en komen er 42 blijvende tanden voor terug.
In deze blog lees je hoe de tandwisseling verloopt, hoe je herkent dat je puppy erin zit, en hoe je hem er comfortabel doorheen helpt.
De fasen van de tandwisseling
3 tot 4 maanden: de snijtandjes
Eerst wisselen de kleine snijtandjes vooraan in de bek. Dat gaat vaak ongemerkt, omdat die tandjes zo klein zijn.
4 tot 5 maanden: de hoektanden
Daarna volgen de scherpe hoektanden. In deze fase vind je regelmatig een los tandje op de grond of in het speelgoed.
5 tot 7 maanden: de kiezen
Als laatste komen de kiezen door. In deze fase kauwt je puppy vaak het meest intensief, omdat de kiezen groot zijn en flink jeuk geven.
Zo herken je de tandwisseling
- Je puppy kauwt intensiever dan normaal.
- Je vindt losse tandjes of kleine bloedspoortjes op het speelgoed.
- Hij heeft soms wat minder trek.
- Hij is prikkelbaarder of onrustiger dan je gewend bent.
Zo help je je puppy
Geef zacht, koelend kauwspeelgoed. Sommige speeltjes kun je in de koelkast leggen, want de kou verdooft het tandvlees en dat lucht op. Controleer het speelgoed regelmatig op scherpe randjes of achtergebleven stukjes.
Zie je dat een melktand blijft zitten terwijl de nieuwe tand er al naast doorkomt? Ga dan naar de dierenarts. Als je dat laat zitten, kan de nieuwe tand scheef gaan staan.
Doet de tandwisseling pijn?
Het wisselen zelf hoort geen echte pijn te doen. Wel kan je puppy last hebben van jeuk en irritatie, en daardoor bijt hij soms wat meer. Breekt er een melktand af of blijft het tandvlees bloeden, laat dat dan even checken bij de dierenarts.