Een klit voelt als een klein probleem tot je hem probeert weg te halen. Trek je te hard, dan doet het pijn en onthoudt je hond dat. Pak je de schaar, dan loop je een reëel risico de huid mee te nemen, want een klit ligt vaak dichter op de huid dan je denkt.
Het goede nieuws: de meeste klitten kun je gewoon uitwerken, mits je het rustig en in de juiste volgorde doet. In deze blog lees je hoe je eerst beoordeelt wat voor klit je te pakken hebt, het stappenplan om hem uit te werken, en wanneer je moet stoppen.
Stap 1: beoordeel wat je te pakken hebt
- Niet elke klit is hetzelfde, en dat bepaalt of je zelf aan de slag gaat. Voel met je vingers hoe hij zit:
- Een los knoopje: je kunt hem tussen je vingers uit elkaar bewegen en er zit ruimte tussen de klit en de huid. Dit werk je zelf makkelijk uit.
- Een stevige klit: hij zit vast maar je kunt hem nog optillen van de huid af. Dit kost tijd en geduld, maar is thuis te doen.
- Een klit die op de huid ligt: je kunt er niet tussen komen en de huid komt mee als je optilt. Hier stop je: dit is werk voor een trimmer.
- Een vervilte plaat: de vacht is over een groter vlak één geheel geworden. Ook hier stop je; uitkammen doet pijn en lukt meestal niet meer.
Stap 2: werk altijd droog
Dit is de belangrijkste regel en tegelijk de fout die het vaakst wordt gemaakt. Het lijkt logisch om een klit met water of shampoo zachter te maken, maar bij een hondenvacht werkt dat precies omgekeerd: vocht doet de haren opzwellen en nog verder in elkaar draaien. Een klit die je nat maakt, wordt bij het opdrogen harder en steviger dan hij was.
Werk dus altijd in een droge vacht. Is je hond nat thuisgekomen, laat hem dan eerst helemaal drogen voordat je aan de klitten begint.
Stap 3: haal de klit uit elkaar met je vingers
Begin niet met gereedschap maar met je handen. Pak de klit vast en probeer hem met je vingers in kleinere stukjes te verdelen, alsof je een pluk wol uit elkaar trekt. Je hoeft niet te trekken; het gaat om losmaken.
Dit is de stap die het meeste verschil maakt. Een grote klit die je eerst in drie of vier kleine plukjes verdeelt, is daarna vaak zo doorgekamd. Sla je deze stap over en ga je direct met een kam aan de slag, dan trek je aan de hele klit in één keer en dus aan de huid.
Stap 4: kam van de punt naar de aanzet
Nu pak je een kam of ontklitkam. Begin aan het uiteinde van het haar, dus aan de punt, en kam daar kleine stukjes uit. Werk vervolgens stapje voor stapje op naar de aanzet toe.
De veel gemaakte fout is om bij de aanzet te beginnen en naar buiten te kammen, maar dan duw je de hele klit voor je uit en trek je aan de haarwortels. Van punt naar aanzet werken betekent dat je de klit van buiten naar binnen afpelt en er steeds minder overblijft om aan te trekken.
Stap 5: ondersteun de haaraanzet
Leg je vrije hand vlak boven de plek waar je kamt, met de haren tussen je vingers geklemd. Alle spanning die je met de kam zet, komt dan op je hand terecht in plaats van op de huid van je hond.
Dit kleine trucje maakt het verschil tussen een hond die stil blijft staan en een hond die na één keer wegloopt zodra hij de kam ziet. Voel je dat je toch aan de huid trekt, stop dan en verdeel de klit eerst verder met je vingers.
Stap 6: kam na en beloon
Als de klit eruit is, kam de plek dan nog een keer helemaal door tot aan de huid. Controleer met de kam of hij zonder haperen doorloopt; blijft er nog iets haken, dan zit er een restje. Loop tegelijk de omliggende plekken na, want klitten komen zelden alleen.
Sluit af met iets lekkers of een aai, ook als het even niet leuk was. Je hond onthoudt vooral hoe het eindigde, en dat bepaalt hoe de volgende sessie verloopt.
Waarom je de schaar laat liggen
De verleiding is groot om een lastige klit er gewoon uit te knippen, en dat is precies waar het regelmatig misgaat. Een klit trekt de huid namelijk naar zich toe, waardoor er onder de klit vaak een plooi huid omhoog komt die je niet ziet en niet voelt. Knip je erin, dan knip je in de huid. Wondjes van klittenknippen zijn een bekend probleem bij dierenartsen.
Kun je een klit echt niet uitwerken, ga dan naar een trimmer. Die heeft gereedschap en ervaring om het veilig weg te halen, en kan de vacht zo kort scheren dat het geen pijn doet. Ben je toch met een schaar uitgeschoten en heeft je hond een wondje, laat dat dan door je dierenarts nakijken.
Voorkomen is een stuk makkelijker
Klitten ontstaan bijna altijd op dezelfde plekken: achter de oren, in de oksels, achter de achterpoten, rond de staart en onder de halsband of het tuig. Daar wrijft de vacht en beweegt hij mee. Loop die plekken standaard na als je borstelt, dan kom je knoopjes tegen toen ze nog knoopjes waren.
Kam daarnaast altijd door nadat je hond nat is geweest, en werk bij een lange of krullende vacht in lagen: til het haar op en kam de onderste laag door tot aan de huid. Zo voorkom je dat het van boven mooi lijkt terwijl het eronder vervilt.
Zeker bij honden met een lange vacht is het goed om klitten te voorkomen