Een ruwharige of draadharige vacht is een van de meest bijzondere vachttypen die er zijn, en tegelijk het minst begrepen. Schnauzers, terriërs en ruwharige teckels hebben een stugge, bijna draderige bovenlaag met een zachte laag daaronder, en die combinatie vraagt een aanpak die je bij geen enkel ander vachttype tegenkomt.
In deze blog lees je hoe zo'n vacht werkt, wat het verschil is tussen plukken en knippen, waarom die keuze veel uitmaakt, en wat je thuis zelf kunt doen.
Hoe een ruwharige vacht werkt
De vacht bestaat uit twee lagen met heel verschillende eigenschappen. De bovenlaag is stug, stevig en draderig, en die laag doet het echte werk: hij houdt vuil en vocht buiten en beschermt tegen takken en struiken. Daaronder zit een zachte, dichtere ondervacht die isoleert.
Weet jij niet zeker welk vachttype je hond heeft? Lees dan onze blog over vachttypes
Het bijzondere is hoe die bovenlaag zich vernieuwt. Een ruw haar groeit tot het volgroeid is, sterft dan af en laat vervolgens los. Dat noem je een rijp haar. Het blijft alleen wel in de vacht hangen tot het eruit wordt gehaald, en precies daar komt het plukken vandaan.
Wat is plukken?
Plukken, ook wel trimmen in de oorspronkelijke betekenis, is het met de hand of met een trimmes uit de vacht halen van de rijpe haren. Dat klinkt heftig, maar bij een rijp haar zit de wortel al los; het komt er met een lichte beweging uit en doet geen pijn.
Daar zit meteen de voorwaarde: de vacht moet er rijp voor zijn. Pluk je te vroeg, dan trek je haren uit die nog vastzitten, en dat is wel onprettig. Een goede trimmer beoordeelt dat, en jij kunt het thuis ook testen.
De rijpheidstest
Pak met je duim en wijsvinger een klein plukje van de bovenlaag beet, bij de rug of de flank, en trek er in de haarrichting zachtjes aan. Zonder kracht.
Komen de haren er soepel uit en blijven ze tussen je vingers zitten, dan is de vacht rijp. Voelt het stevig, geeft het niet mee, of reageert je hond, dan zit het haar nog vast en is het te vroeg. Dan wacht je gewoon nog een paar weken.
Wat gebeurt er als je knipt in plaats van plukt?
Dit is de kern van de vraag uit de titel. Bij knippen of scheren haal je de rijpe haren niet weg maar kort je ze in. Het gevolg is dat de dode haren in de vacht blijven zitten en de wortel niet vrijkomt voor nieuwe groei.
Op termijn verandert de vacht daardoor merkbaar. De stugge bovenlaag wordt dunner en zachter, de zachte ondervacht gaat overheersen, en de vacht verliest zijn structuur. Ook de kleur wordt vaak doffer en bleker, omdat de pigmentrijke rijpe haren niet meer worden vervangen. En omdat een zachte vacht sneller klit dan een stugge, wordt het onderhoud juist meer werk.
Het vervelende is dat dit grotendeels onomkeerbaar kan zijn. Na jarenlang knippen komt de oorspronkelijke draadvacht bij veel honden niet meer helemaal terug.
Wanneer knippen wel logisch is
Er zijn situaties waarin knippen de betere keuze is, en dan is het geen fout maar een afweging. Bij oudere honden kan plukken te belastend of te vermoeiend worden. Bij honden met een gevoelige huid of een huidaandoening kan een dierenarts knippen adviseren. En als een hond het plukken echt niet verdraagt ondanks rustige opbouw, weegt zijn welzijn zwaarder dan de vachtstructuur.
Bespreek die afweging met je trimmer. Kies je bewust voor knippen, dan weet je wat er met de vacht gebeurt en kun je het onderhoud daarop aanpassen.
Hoe vaak?
Een volledige plukbeurt gebeurt meestal een paar keer per jaar, afhankelijk van hoe snel de vacht rijp wordt. Sommige eigenaren kiezen voor strippen: dan wordt er vaker een deel van de vacht geplukt, zodat de hond nooit helemaal in zijn ondervacht komt te staan en er altijd een nette laag op zit.
Tussendoor is het onderhoud beperkt. Een wekelijkse borstelbeurt is voor de meeste ruwharige honden voldoende.
Wat je thuis zelf doet
- Wekelijks borstelen: met een stevige borstel die door de bovenlaag heen komt.
- De baard en snorharen nalopen: daar komt eten en water in, en die plakken samen. Veeg de baard na het eten af en kam hem door.
- De wenkbrauwen en de poten kammen: op die plekken is het haar langer en zachter, en daar klit het wel degelijk.
- Wat plukken tussendoor: is de vacht rijp, dan kun je zelf losse plukjes verwijderen met je vingers. Dat verspreidt het werk en houdt de vacht netjes.
- Niet te vaak wassen: shampoo maakt een draadvacht zachter en dat gaat ten koste van de structuur. Was alleen als het echt nodig is.