Een balletje gooien lijkt het perfecte puppyspel: jij gooit, je puppy rent, iedereen blij. Toch is fanatiek apporteren voor een jonge puppy niet zonder risico. Het harde rennen, remmen en draaien belast gewrichten die nog volop in de groei zijn. Met wat aanpassingen kun je wel veilig oefenen.
In deze blog lees je waarom apporteren belastend is voor een puppy en hoe je het veilig aanpakt.
Waarom apporteren belastend is
Bij het apporteren sprint je puppy weg, remt hard af en draait scherp om terug te komen. Voor een volwassen hond is dat geen probleem, maar bij een puppy zijn de groeischijven in de botten nog niet gesloten. Dat harde remmen en draaien kan die kwetsbare groeischijven overbelasten. Zeker bij grote en zware rassen is voorzichtigheid daarom belangrijk, want die groeien langer door.
Zo apporteer je veilig met een jonge puppy
- Gooi kort: rol de bal een klein stukje in plaats van hem ver weg te gooien, zodat je puppy niet op volle snelheid hoeft af te remmen.
- Vermijd scherpe bochten: gooi rechtuit op een vlakke, niet te gladde ondergrond, zodat je puppy niet hard hoeft te draaien.
- Bouw rust in: wissel het rennen af met rustige zoekspelletjes, zodat het niet te intensief wordt.
- Let op vermoeidheid: stop zodra je puppy moe wordt of gaat slordig rennen; doorgaan vergroot het risico.
Wanneer mag het intensiever?
Pas als de groeischijven gesloten zijn, kun je intensiever apporteren. Bij kleine rassen is dat vaak rond 8 tot 12 maanden, bij grote rassen kan het tot anderhalf jaar of langer duren. Twijfel je wanneer dat bij jouw hond is, vraag het dan aan je dierenarts; die kan het inschatten of eventueel controleren.
Signalen van overbelasting
Let op als je puppy na het spelen kreupel loopt, stijf opstaat of duidelijk moe en pijnlijk oogt. Dat zijn tekenen dat het te veel was. Bouw dan af, gun je puppy rust en houd het bij korte, rustige spelvormen. Blijft de kreupelheid, ga dan naar de dierenarts.