Voor veel honden is zwemmen het hoogtepunt van een warme dag: heerlijk verkoelend, en het is bovendien beweging die de gewrichten nauwelijks belast. Toch is water niet overal en niet voor elke hond even veilig. Een paar dingen zijn goed om te weten voordat je hem laat gaan.
In deze blog lees je waar je op let bij de zwemplek, welke honden minder goed zwemmen dan je denkt, en wat je na afloop het beste doet.
Kies de zwemplek zorgvuldig
Niet elk water is geschikt om je hond in te laten. Let op deze punten voordat je hem het water in laat:
- Blauwalg: in warme, stilstaande zoetwaterplassen kan blauwalg ontstaan, te herkennen aan een blauwgroene, olieachtige laag of drab op het water. Dat is giftig voor honden. Laat je hond er niet in en zeker niet uit drinken, en houd lokale zwemadviezen in de gaten.
- Stroming en golfslag: in rivieren en aan zee kan de stroming sterker zijn dan hij lijkt. Kies rustig water, zeker als je hond nog niet ervaren is.
- De kant: let op steile of glibberige oevers en beschoeiingen. Je hond moet er ook weer makkelijk uit kunnen; controleer dat vooraf.
- Diepte en obstakels: in troebel water zie je niet wat er onder ligt. Onbekende plekken met scherpe voorwerpen of prikkeldraad zijn een risico.
- Is zwemmen er toegestaan: in natuurgebieden en op sommige stranden gelden regels of seizoensverboden voor honden.
Niet elke hond is een zwemmer
Er wordt vaak gedacht dat elke hond van nature kan zwemmen, maar dat klopt niet. Honden met een zware borstkas en korte pootjes, zoals een teckel of een bulldog, hebben moeite om zich drijvend te houden. Kortsnuitige honden hebben het bovendien extra lastig: zij moeten hun kop hoog houden om te ademen, wat zwemmen vermoeiend en risicovol maakt.
Ook een gezonde, goed gebouwde hond kan bang zijn voor water, en dat is geen probleem. Forceer nooit en gooi je hond nooit het water in. Laat hem op zijn eigen tempo wennen in ondiep water waar hij kan staan. Blijft hij liever droog, dan is spelen met een sproeier of tuinslang een prima alternatief; op de pagina met waterspeelgoed vind je speeltjes voor beide situaties.
Houd toezicht en let op vermoeidheid
Zwemmen kost meer energie dan het lijkt, en een enthousiaste hond geeft zelf niet aan wanneer hij moe wordt. Houd de sessies daarom kort en las pauzes in, zeker de eerste keren van het seizoen. Blijf in de buurt en houd hem in zicht, ook als hij een geoefende zwemmer is.
Let er ook op dat je hond niet te veel water binnenkrijgt tijdens het spelen. Dat gebeurt vooral bij honden die fanatiek achter een speeltje aan happen in het water. Wissel daarom af en geef hem tussendoor gewoon vers drinkwater, zodat hij niet uit het zwemwater drinkt.
Na het zwemmen
Een paar handelingen na afloop maken het verschil:
- Spoel de vacht af: zout water, chloor en vuil uit sloten blijven anders in de vacht zitten en kunnen de huid irriteren. Spoelen met schoon water is meestal genoeg.
- Droog hem goed af: met een handdoek, zeker bij een dikke vacht die anders lang nat blijft.
- Droog de oren: water dat in de oren blijft zitten, kan irritatie geven. Dep de oorschelp voorzichtig droog en gebruik nooit een wattenstaafje diep in het oor.
- Kijk hem even na: controleer de poten en de huid op wondjes van scherpe voorwerpen onder water.
Wanneer bel je de dierenarts?
Is je hond in water geweest waar mogelijk blauwalg zat, of wordt hij na het zwemmen onwel met bijvoorbeeld braken, sufheid, trillen of evenwichtsproblemen, neem dan direct contact op met je dierenarts en vermeld dat hij heeft gezwommen. Ook aanhoudend hoofdschudden of krabben aan de oren na het zwemmen is reden om even te laten kijken. Wacht in die gevallen niet af.
Veelgestelde vragen
Kan elke hond zwemmen?
Nee. Honden met een zware borstkas en korte pootjes, zoals een teckel of bulldog, houden zich moeilijk drijvend, en kortsnuitige honden moeten hun kop hoog houden om te ademen, wat zwemmen vermoeiend en risicovol maakt. Laat je hond nooit gedwongen het water in.
Hoe herken ik blauwalg?
Aan een blauwgroene, olieachtige laag of drab op het wateroppervlak, meestal in warm, stilstaand zoetwater. Laat je hond er niet in zwemmen en zeker niet uit drinken, en houd lokale zwemadviezen in de gaten.
Moet ik mijn hond afspoelen na het zwemmen?
Ja, dat is verstandig. Zout water, chloor en vuil blijven anders in de vacht zitten en kunnen de huid irriteren. Spoel af met schoon water, droog hem goed af en dep ook de oorschelp droog.
Mijn hond durft niet te zwemmen. Wat nu?
Forceer nooit en gooi hem er nooit in. Laat hem op zijn eigen tempo wennen in ondiep water waar hij kan staan. Blijft hij liever droog, dan is spelen met een sproeier of tuinslang een fijn alternatief.