De pubertijd bij honden: wat verandert er?

hond in de pubertijd

Je had net een puppy die alles deed wat je vroeg, en ineens staat er een hond die je aankijkt en vervolgens de andere kant op loopt. Het terugkomcommando dat vorige maand nog perfect werkte, lijkt vergeten. En hij schrikt van de vuilnisbak waar hij al honderd keer langs is gelopen.

Welkom bij de pubertijd. In deze blog lees je wanneer die begint, wat er precies verandert, en waarom harder trainen in deze fase meestal niet het antwoord is.

Wat extra tips over het voorkomen dat je hond ervan doorgaat vind je onze blog

Wanneer begint het?

De pubertijd start meestal ergens tussen de zes en twaalf maanden, en loopt door tot ongeveer anderhalf tot twee jaar. Hoe groter het ras, hoe later het begint en hoe langer het duurt: een kleine hond is vaak rond de vijftien maanden alweer rustiger, terwijl een grote hond pas tegen de twee jaar echt volwassen gedrag laat zien.

Het is geen schakelaar die omgaat maar een geleidelijke periode, en je merkt het meestal eerst aan het gedrag en pas later aan het lijf.

Wat er verandert

  • Hij lijkt slechter te luisteren: commando's die hij kende, werken ineens half. Hij hoort je wel, maar er is zoveel interessanters.
  • Het terugkomen wordt onbetrouwbaar: dit is de verandering waar baasjes het meest van schrikken, en meestal de eerste die opvalt.
  • Hij gaat grenzen testen: op de bank, aan de lijn trekken, dingen pakken die niet mogen.
  • De kauwbehoefte neemt toe: veel honden gaan rond deze leeftijd opnieuw meer kauwen, soms net zo fanatiek als tijdens de tandwisseling.
  • Hij wordt ineens ergens bang voor: iets wat hij al jaren kent, is plotseling eng. Dat is een bekend verschijnsel in deze fase en gaat meestal vanzelf over.
  • Hij reageert anders op andere honden: sommige honden worden onzekerder, andere juist uitdagender.
  • Zijn energie schiet alle kanten op: het ene moment onvermoeibaar, het andere moment urenlang slapen.

Waarom dit gebeurt

Er veranderen twee dingen tegelijk. Hormonaal gaat er veel schuiven, en in de hersenen worden verbindingen opnieuw aangelegd. Het deel dat met impulsen en afwegingen te maken heeft, is op dat moment nog volop in ontwikkeling.

Dat betekent iets belangrijks voor hoe je het bekijkt: je hond is niet ongehoorzaam en hij test je ook niet bewust. Hij heeft gewoon meer moeite om zijn impulsen te beheersen dan een paar maanden geleden, en dat gaat over.

Hoe je deze fase doorkomt

  • Pak de lange lijn er weer bij: als het terugkomen onbetrouwbaar wordt, is dat geen stap terug maar gewoon verstandig. Zo voorkom je dat hij oefent in niet komen.
  • Blijf consequent, verander niets: de regels die golden, blijven gelden. Juist nu is voorspelbaarheid wat hij nodig heeft.
  • Maak het makkelijker in plaats van strenger: oefen op rustigere plekken met minder afleiding, in plaats van harder te trainen op de plek waar het misgaat.
  • Beloon royaal: het goede gedrag zit er nog, het is alleen moeilijker voor hem om het te laten zien. Maak het de moeite waard.
  • Geef hem genoeg kauwmateriaal: de toegenomen kauwbehoefte heeft een uitweg nodig, anders worden het je spullen.
  • Bewaak de rust: een puber die te weinig slaapt, is net als een oververmoeide puppy: drukker en minder aanspreekbaar.
  • Dwing niets in een angstige periode: wordt hij ergens bang voor, forceer dan niet. Laat hem op afstand kijken, blijf rustig, en laat het vanzelf wegebben.

Wat je beter niet doet

Harder optreden is de meest voorkomende reactie en zelden de oplossing. Strenger worden, straffen of het commando harder herhalen vergroot vooral de kans dat je hond je als onvoorspelbaar gaat ervaren, en dat helpt het luisteren niet.

Stop ook niet met oefenen omdat het toch niet lukt. Als je het terugkomen een halfjaar laat varen, is de gewoonte om niet te komen tegen die tijd goed ingesleten. Blijf oefenen, maar op een niveau waarop het wel lukt.

Het goede nieuws

Deze fase gaat voorbij. Bij de meeste honden zie je rond de anderhalf tot twee jaar dat het weer rustiger wordt en dat alles wat je hebt aangeleerd terugkomt. Het werk van de puppytijd is niet verdwenen, het is alleen even naar de achtergrond geschoven.

Wat je nu doet, bepaalt wel hoe die volwassen hond eruitziet. Consequent blijven in de lastigste periode is precies waar het verschil wordt gemaakt.

Wanneer vraag je hulp?

Bij gedrag dat verder gaat dan drukte of eigenwijsheid: grommen of happen naar mensen of honden, aanhoudende angst die niet afneemt, of een hond die onhanteerbaar wordt aan de lijn. Schakel dan een gedragsdeskundige in, en wacht niet tot de fase vanzelf voorbijgaat.

Verandert het gedrag heel plotseling, of zie je naast het gedrag ook lichamelijke dingen, laat hem dan nakijken door je dierenarts. Niet alles wat in deze periode gebeurt, is pubergedrag.

Veelgestelde vragen
Wanneer komt een hond in de pubertijd?
Meestal tussen de zes en twaalf maanden, en het duurt tot ongeveer anderhalf tot twee jaar. Hoe groter het ras, hoe later het begint en hoe langer het duurt.
Waarom luistert mijn pup ineens niet meer?
Door hormonale veranderingen en doordat de hersenen volop in ontwikkeling zijn. Hij is niet ongehoorzaam en test je niet bewust: hij heeft gewoon meer moeite om zijn impulsen te beheersen dan een paar maanden geleden.
Mijn puber komt niet meer terug als ik roep. Wat doe ik?
Pak de lange lijn er weer bij. Dat is geen stap terug maar voorkomt dat hij oefent in niet komen. Oefen op rustigere plekken met minder afleiding en beloon royaal.
Mijn hond is ineens bang voor iets wat hij al kende. Is dat normaal?
Ja, dat is een bekend verschijnsel in deze fase en het gaat meestal vanzelf over. Forceer niets, laat hem op afstand kijken en blijf zelf rustig.
Hoelang duurt de pubertijd bij een hond?
Tot ongeveer anderhalf tot twee jaar. Kleine rassen zijn vaak rond de vijftien maanden alweer rustiger, grote rassen pas tegen de twee jaar.
← Terug naar Alles over Honden