Een puppy verandert in het eerste jaar razendsnel, van een hulpeloos hoopje naar een bijna volwassen hond. Als je weet welke fasen daarbij horen, snap je beter waarom je puppy zich soms ineens anders gedraagt, en maak je je minder snel zorgen om iets wat eigenlijk heel normaal is.
In deze blog lopen we de belangrijkste ontwikkelingsfasen langs en lees je wat je per fase kunt verwachten.
De vier ontwikkelingsfasen
Eerste twee weken
De pup is nog blind en doof en doet vrijwel niets anders dan slapen en drinken bij zijn moeder. Warmte en de moederhond zijn nu alles.
Twee tot vier weken
Ogen en oren gaan open, de eerste tandjes komen en de pup begint voorzichtig te lopen en te spelen met zijn nestgenootjes.
Vier tot veertien weken: de socialisatieperiode
Dit is de belangrijkste fase. Alles wat je puppy nu op een positieve manier meemaakt, mensen, geluiden, andere dieren, verschillende ondergronden, neemt hij mee voor de rest van zijn leven. De meeste puppy's verhuizen rond acht weken naar hun nieuwe huis, midden in deze fase.
Spelen is in deze fase heel belangrijk. Lees hier waarom
Vanaf veertien weken: de puberfase
Je puppy wordt zelfstandiger, test grenzen en lijkt soms even 'vergeten' wat hij al kon. Dat hoort erbij en gaat met geduld en herhaling vanzelf over.
Wat je per fase kunt verwachten
De precieze leeftijden verschillen per hond en per ras; grotere rassen ontwikkelen zich vaak wat langzamer dan kleine. Zie de tijdlijn dus als richtlijn, niet als strak schema. Waar het om gaat is de volgorde en dat je puppy stapje voor stapje vooruitgaat.
Angstperiodes horen erbij
Ergens in de eerste maanden, en soms nog een keer rond de puberteit, kan je puppy ineens ergens van schrikken waar hij daarvoor niet bang voor was. Dat heet een angstperiode en is heel normaal. Blijf rustig, dwing hem nergens toe en laat hem op zijn eigen tempo wennen. Meestal is het na een tijdje weer over.