Meubelpoten, schoenen, je hand, de tuinslang: voor een puppy is werkelijk alles het proberen waard. Geruststellend nieuws vooraf: bijten en kauwen op van alles is normaal puppygedrag, geen karakterfout en geen teken dat er iets mis is. Maar het is wel gedrag dat om sturing vraagt, anders sleept het zich maanden voort en gaat er ondertussen het een en ander kapot.
In deze blog lees je waarom je puppy op alles kauwt, waarom sommige voorwerpen (juist jouw schoenen) extra aantrekkelijk zijn, en hoe je hem stap voor stap leert waar hij wel op mag kauwen.
Waarom puppy's op alles kauwen
Achter dat eindeloze kauwen zitten een paar heel logische verklaringen, en meestal spelen er meerdere tegelijk.
Hij onderzoekt de wereld met zijn bek
Een puppy heeft geen handen. Zijn bek is zijn belangrijkste tastorgaan: textuur, geur en smaak test hij door ergens op te kauwen, net zoals een peuter alles in zijn mond stopt. Kauwen is dus deels gewoon ontdekken.
Zijn gebit wisselt
Tussen ongeveer 3 en 7 maanden wisselt het melkgebit voor het volwassen gebit. Dat geeft jeuk en pijn aan het tandvlees, en door te kauwen wordt dat minder. In deze periode neemt de kauwbehoefte vaak flink toe.
Meer weten over de tandwisseling bij jouw pup? Lees onze blog.
Hij heeft energie of verveling kwijt te raken
Een puppy die te weinig fysieke of mentale uitdaging krijgt, moet die energie ergens kwijt, en dan is kauwen op wat er toevallig ligt een makkelijke keuze.
Het levert reactie op
Bijten hoort ook bij spel, vooral richting handen en kleding. Let op: soms leert een puppy dat happen in je broekspijp aandacht oplevert, ook al is die aandacht boos. Voor een puppy is negatieve aandacht nog altijd aandacht.
Waarom juist jouw meubels en schoenen?
Twee dingen maken bepaalde voorwerpen onweerstaanbaar. Ten eerste beschikbaarheid: tafelpoten en bankranden staan altijd op dezelfde plek en zijn makkelijk te bereiken. Een puppy die vrij rondloopt tussen schoenen en meubels, gebruikt die sneller als kauwmateriaal dan een puppy in een opgeruimde, puppyproof ruimte.
Ten tweede geur. Voorwerpen die naar jou ruiken, zoals schoenen en sokken, zijn extra aantrekkelijk: ze geven je puppy een vertrouwd, geruststellend gevoel. Dat je duurste schoen favoriet is, is dus geen toeval maar een compliment.
Zo leer je hem waar hij wel op mag kauwen
- Maak je huis puppyproof: houd schoenen, kabels en aantrekkelijke spullen simpelweg buiten bereik. Wat er niet ligt, kan niet kapot.
- Zorg voor alternatieven binnen handbereik: leg op meerdere plekken in huis geschikt kauwspeelgoed klaar, zodat er altijd iets beters onder handbereik is dan de bank.
- Grijp rustig in: betrap je je puppy op iets verkeerds, neem het dan weg en geef meteen een kauwspeeltje. Beloon zodra hij daarop kauwt, zodat hij leert waar het wel mag.
- Bied genoeg beweging en denkwerk: verdeeld over de dag, zodat kauwen uit verveling geen kans krijgt.
- Reageer nooit met straf of drama: schreeuwen, wegduwen of achternalopen voelt voor je puppy als een leuk spel, waardoor je het gedrag juist beloont.
Zo leert hij hoe zacht hij moet happen
Tijdens het spelen met je handen moet een puppy leren hoe hard hij mag bijten. Een aanpak die goed werkt: hapt hij te hard, zeg dan kort en hoog 'au' en stop even met spelen. Gaat hij door, loop dan rustig weg. Zo merkt je puppy dat te hard bijten het leuke meteen laat ophouden.
Reageer in het begin vooral op de hardste happen, die waarbij het echt pijn doet, en laat die zachte hapjes eerst even gaan. Anders vraag je te veel in een keer. Boos worden of hardhandig wegduwen helpt niet en werkt vaak juist averechts: je puppy denkt dat het spel nog wilder mag.
Wanneer is het meer dan normaal puppygedrag?
In verreweg de meeste gevallen groeit een puppy er na de tandwisseling vanzelf overheen, zolang je hem steeds iets anders geeft om op te kauwen. Blijft het bijten ongewoon fel of agressief, ook buiten spelmomenten, of gaat het gepaard met andere klachten, kijk dan verder dan gedrag alleen. Ook overprikkeling of een gezondheidsprobleem kan bijtgedrag verergeren. Houdt het lang en heftig aan, overleg dan met een hondengedragstherapeut of je dierenarts.